| english | deutsch | pers | speeldata | curriculae | productie archief | programma archief | ||||||||||||
|
Grand Theatre Producties Willibrord Keesen (regie) The river of no return 'The river of no return' is gebaseerd op twee teksten: 'Een essay', een monoloog uit de theatertekst 'Congo' (1989) van de Belgische schrijver Paul Pourveur en 'Beeldbeschrijving' (1984) van de Duitse schrijver Heiner Müller, vertaald door Gerardjan Rijnders.'Een essay' gaat over de botsing tussen de wereld waar je van jongs af aan mee opgroeit en de dingen binnen jezelf en om je heen die in dat beeld helemaal niet passen. De botsing tussen de mythe van de onvergankelijke Marilyn Monroe en de eigen gefragmenteerde, gemankeerde sterfelijkheid. 'Beeldbeschrijving' gaat over de drang om ondanks alle mislukking een zin aan ons handelen te geven, een hoop te koesteren, een utopie te formuleren, hoe onmogelijk dat ook is. Regie: Willibrord Keesen * spel: Irma Nijenhuis * kostuumontwerp: Petra Kamphuis * licht en techniek: Wil Frikken * uitvoering decor: Douwe Ket. Uit de pers Ironisch en enthousiast soort verwondering bij Irma Nijenhuis "Voor wie de oorsprong van het leven grondig onderzoekt, is geen terugkeer naar de eenvoud mogelijk. Dat is de gedachte die blijft hangen na de voorstelling 'The river of no return', gespeeld door de aan de Arnhemse Toneelschool afgestudeerde Irma Nijenhuis. De productie bestaat uit twee moeilijk toegankelijke monologen. De tekst van Paul Pourveur is cryptisch, mar heeft ook verhelderende passages en een gedachtengang die in grote lijnen te volgen is. 'een essay' biedt een uitermate interessant perpectief: een archetypische vrouw (Marilyn Monroe) gaat vanuit een zeer mannelijke invalshoek (DNA) op onderzoek uit. In de gedaante van Marilyn Monroe schakelt Nijenhuis in haar mimiek en fysiek moeiteloos heen en weer tussen femme fatale en kind. tegelijkertijd ontpopt ze zich als een orakel. Ze analyseert, gelardeerd met verlegen puberaal gegiecel dat niet onschuldig is, de chemische constructie van haar lichaam. Dit in tegenstelling tot hen die haar, om met de tekst te spreken, "onder de loep van de mythologie willen leggen." Prachtig is haar plastische uiteenzetting over de dikke darm, die de Grote Markt van Brussel kan bedekken. Of Nijenhuis nu blasé achterover leunt in de ruimte, verbeten conclusies trekt of ogenschijnlijk maar wat in het rond giechelt, ze heeft de zaal, ondanks de moeilijkheidsgraad van de tekst,in haar greep. Dat komt omdat ze met haar hele wezen een ironisch en enthousiast soort verwondering gestalte geeft. Ze sleept het publiek als het ware mee op haar ontdekkingstocht en maakt als zodanig de fascinatie van haar personage voor het proces tastbaar. Voor de tekst van Heiner Müller, 'Beeldbeschrijving', geldt dat die vooral sterk poëtisch geladen is. Daarnaast getuigt hij van een eigenzinnig waarnemingsvermogen dat de werkelijkheid vormt binnen een vreemd kader. de vorm die Nijenhuis hier overheen legt werkt helaas niet. Het geluid dat het begin van de monoloog markeert (aanzwellend onderaards gerommel) is in het spel van Nijenhuis niet terug te vinden. Hoe indringend ze ook naar de zaal kijkt (vanaf drie beeldschermen), ze dringt niet door. Ondanks minieme verschillen in volume, toon en snelheid van spreken heeft haar spel een doodse uitstraling. Het lijkt wel alsof Nijenhuis zich niet kan concentreren en dus enkel werktuigelijk de voorgeschreven schakeringen aanbrengt. Gegoten in een sobere vorm kan alleen opperste concentratie deze tekst redden van het afvoerputje waarin deze nu verdwijnt. Blijft staan dat Irma Nijenhuis, zeker met de eerste monoloog, blijk geeft van haar verdergaande ontwikkeling terwijl de tweede aanleiding vormt tot bewodering omdat ze het zichzelf bepaald niet gemakkelijk maakt." Monique Gadiot in De Gelderlander 9-10-96 Speeldata
|