| english | deutsch | pers | tourdata | curriculae | productie archief | programma archief | |||||||||
|
Grand Theatre Producties Annemarie Prins Harmoniehof (co-productie met [NES]theaters Amsterdam en de Rotterdamse Schouwburg)
Annemarie Prins ontwierp het concept en schreef de tekst voor haar theatersolo 'Harmoniehof'. De titel verwijst naar de Harmoniehof, een eiland van schoonheid en rechtschapenheid in Amsterdam Zuid. Licht, lucht en ruimte in de grote stad. In volmaakte symmetrie staan de huizen om het perk. De wingerd klimt tegen de muren op, de blinkende vensters zijn in nette kaders uitgesneden. Alles is zoals het was. Nummer 15. Daar woonde ze. Achter de gevel is haar verleden aangekoekt. Een kindertijd, een jeugd, een leven.Niet wat er gebeurde is van belang, maar hoe het is. Niet het verleden telt maar de gestalten die het verleden aanneemt in de wirwar van het mensenhoofd. Zo ordentelijk als de Harmoniehof is, zo grillig is het geheugen. In de voorstelling bewoont het meisje van nummer 15, oud geworden, het doolhof van herinnering. Nauwe gangen, nissen, kamertjes. Ze praat zich een weg. Verdicht, verwringt, verknoopt de flarden leven. Droomt zich een uitgang of op zijn minst een einde. Een gruwelijk en hilarisch, lyrisch en gewelddadig labyrint van taal. Frank Mandersloot maakte, geïnspireerd door de architectuur van de Harmoniehof, een installatie die actrice en publiek omsluit. Martijn Padding componeerde een ruimtelijke soundtrack waarin historische geluidsdocumenten, stembewerkingen en muzikale citaten uit de tekst een plaats krijgen. Tekst, regie, spel: Annemarie Prins * beeld: Frank Mandersloot * muziek: Martijn Padding * dramaturgie: Sophie Kassies * kostuum: Marie Thérèse Jacobse * techniek: Suluk Iken * geluid: Frank v.d. Weij. Uit de pers De bittere jeugd van Annemarie Prins "Het is een treurige jeugd die theatermaakster Annemarie Prins (65) oproept in de door haarzelf geschreven, geregisseerde en gespeelde voorstelling Harmoniehof. De titel verwijst naar het gelijknamige buurtje in voorbeeldige Amsterdamse School-stijl, grenzend aan het hoofdstedelijke Roelof Hartplein. Een stil dorp in het hart van de stad, een oase - maar ook, zo stel je je voor en zo weet Prins die er opgroeide, uitermate geschikt voor bewoners die elkaar in de gaten houden, voor een kleinburgerlijke levensstijl, voor benepenheid en fatsoen. Daarover gaat de voorstelling overigens niet zozeer alsover Prins zelf. En over haar duitse moeder die niet van haar hield en haar Nederlandse vader die zij aanbad. Over zijn dood ("Uit zijn bed verspreidt zich een gruwelijke stank") en haar zelfmoord (met een nylon kous als strop, aan de knop van een raam) en haar eigen leven en haar mannengezicht: "(..) al die homofielen met wie ik niets gedaan heb, terwijl ik toch vaak met 'meneer' word aangesproken." Haar met fragmenten uit liefdesbrieven van haar vader gelardeerde monoloog zit vol relativering en grappige tournures. "Mijn vader heeft in de gevangenis gezeten." "O." "Ja, in de oorlog." "Maar dat is prachtig." En: "Als het jachtseizoen voorbij is en de kinderwens vervuld, / neem ik het besluit een interessante vrouw te worden, / zo iemand waar je niet op gaat liggen." Maar de toon is bikkelhard en bitter, en de herinneringsflarden zijn door Prins sentimentloos opgeschreven, zonder consideratie, nog het minst voor zichzelf. Ze zit op een draaischijf, temidden van een speelvloer die aan vier kanten begrensd wordt door het publiek. Op de vier wanden worden dia's geprojecteerd van de vredige en esthetische harmoniehof, en ook van handen, die vast die van Prins zelf zijn, want over haar handen maakte iemand haar ooit een nooit vergeten compliment. Langzaam als de minutenwijzer van de klok draait de onbewogen, helder declamerende actrice rond, zo af en toe pauzerend ten behoeve van een door Martijn Padding gecomponeerd muzikaal moment en om wat water te drinken. Niet meer leleijk gevonden worden, en niet meer vies, zoals haar moeder haar vond: dat wil Prins. Haar voorstelling lijkt op een psycho-therapeutische sessie, of op het resultaat ervan, de erkenning van wie en wat zij is. Ze knoopt ten langen lest - alles in woorden - de overgebleven en uit het lakleren tasje van haar moeder geredde nylon kous 'losjes' om haar nek en vraagt de "oude heren / die paar waarmee ik getrouwd was en allen daartussenin" allemaal tegelijk te roepen: "Ik houd van je, unisono, ik houd van je." En ze spring. "Ik hang leeg in de lucht / Ik laat mijn laatste scheet." "Eén lange variant op Niets", noemt zij haar leven tenslotte. Wat deze woorden beduiden, uit de mond van iemand die nog leeft, is onduidelijk. Koketterie lijkt het me niet, daarvoor is Prins' optreden te hard en te gênant soms ook. Ze maakt haar toehoorders aan het schrikken, niet in de laatste plaats door de wonderlijke stilering van haar herinneringen en ze vraagt om liefde. en intussen zit ze geharnast op toneel, in haar eentje, ongenaakbaar ronddraaiend op een schijf. Het is angstwekkend en bewonderenswaardig tegelijkertijd." Pieter Kottman in NRC Handelsblad, 11-3-97 Tourdata
|